Reden tot bezorgdheid, Een grondwettelijk perspectief op Afrikaans als onderwijstaal na 1994

MILITÊRE GESKIEDENISFEES HERLEEF BY MONUMENT
April 24, 2012
Universiteit Stellenbosch: Afrikaansvriendelijk of Engelsvriendelijk?
Junie 7, 2012

Door adv. Jacques du Preez, medewerker F.W. de Klerk Stigting

Met de context van Zuid-Afrika als een meertalige en multiculturele natie in acht genomen, worden taalrechten in Zuid-Afrika van een dusdanig kardinaal belang beschouwd dat ze in de onderliggende bepalingen van de Zuid-Afrikaanse grondwet aangesproken en beschermd worden. De grondwet erkent en maakt voorziening voor het gelijkmatige gebruik van alle elf de officiële talen in Zuid-Afrika en voor de bevordering en ontwikkeling van de voorheen gemarginaliseerde talen.

Ook heeft iedere Zuid-Afrikaan het grondwettelijke recht om in openbare onderwijsinstellingen onderwijs te krijgen in de officiële taal of talen van zijn of haar keuze, mits dit praktisch haalbaar is. De staat moet bij het implementeren van dit recht alle redelijke alternatieven in het onderwijs overwegen, met inbegrip van instellingen die enkelmedium gebruiken. De grondwet schept dus een milieu van veeltaligheid en daarbij een verbintenis tot pluralisme – met andere woorden meertaligheid en multiculturalisme – waarbinnen alle elf de officiële talen moeten en behoren te functioneren.

Tegen deze achtergrond en de jure behoort er dus geen twijfel te zijn over het recht op onderwijs in het Afrikaans in Zuid-Afrika. In de praktijk staan de zaken er echter anders voor. In Zuid-Afrika is het Engels de de facto lingua franca geworden. De grondwettelijke en officiële status van de overblijvende tien talen blijkt steeds meer een illusie te worden en in dit verband staat op dit moment vooral het Afrikaans als academische en wetenschappelijke voertaal enorm onder druk, vooral op openbare scholen en universiteiten, ondanks het feit dat het Afrikaans grondwettelijk beschermd wordt als officiële taal.

De van oudsher ‘Afrikaanse’ universiteiten en enkelmedium middelbare en lagere scholen ervaren toenemende politieke druk om het Afrikaans als administratieve en onderwijstaal te laten varen en om te verengelsen – dit vindt grotendeels plaats onder het mom van transformatie. In dit verband vindt er op een verontrustende manier toenemende politieke inmenging plaats met universiteiten en schoolbeheerlichamen binnen de autonomie van Zuid-Afrika.

Voorbeelden van onlangse druk van de regering die het gezag van Afrikaanse scholen ondermijnt zijn gevallen in de West-Kaap, waar het onderwijsdepartement 21 kinderen die van huis uit grotendeels Afrikaanstalig zijn, wil dwingen om in het Engels onderwijs te volgen en in mei 2012 zijn zes prominente Afrikaanse scholen in Johannesburg door ambtenaren van het Gautengse onderwijsdepartement ingelicht dat deze scholen allemaal vanaf januari 2013 twee klassen in het Engels moeten accommoderen. (Dit laatste heeft zelfs plaatsgevonden ten tijde van besprekingen op hoog niveau tussen de regerende partij en Afrikaanssprekende belangengroeperingen over het beschermen en bevorderen van de rechten van minderheidsgroeperingen in Zuid-Afrika.)

Het aantal Afrikaanse enkelmedium scholen en het aantal scholen waar het Afrikaans als onderwijstaal gebruikt wordt, is sinds 1994 aanzienlijk afgenomen. Voor 1994 waren er 2.058 scholen die onder het destijdse departement van onderwijs en cultuur vielen en die meestal afhankelijk waren van de staat (de zogenaamde ‘Model-C’ scholen). Van deze 2.058 scholen waren er 1.400 scholen óf Afrikaans enkelmedium, óf boden ze onderwijs in het Afrikaans aan in dubbel- of parralelmedium verband. Van deze 1.400 scholen zijn er slechts 667 Afrikaanse enkelmediumscholen over (deze scholen vertegenwoordigen 2.7% van de huidige 24.365 scholen in Zuid-Afrika).

Ook op universiteiten is het Afrikaans in een verontrustende positie. De Universtiteit van Pretoria was in 1994 77% Afrikaanssprekend. Dit is gedaald tot 39% in 2009. Bij de Universiteit Stellenbosch is het Afrikaans drastisch aan het afnemen. Afrikaans enkelmedium (wat verondersteld is om, zoals vastgelegd is, de taal van onderwijs te zijn), is tegen 2012 dramatisch afgeschaald. Het aanbod van onderwijstalen verschilt per faculteit, zodat het minimum van 60% onderwijs in het Afrikaans dat de universiteit waarborgt aan voorgraadse studenten (binnen een onderwijscontext van dubbelmedium) geen correcte aanduiding is van wat studenten kunnen verwachten wanneer ze zich inschrijven. In de praktijk worden de meeste colleges in het Engels gegeven, ten koste van het Afrikaans. Onlangs is er bij de Universiteit Stellenbosch een verslag gepubliceerd dat aanbeveelt dat de faculteit Gezondheidswetenschappen moet verengelsen, om zodoende transformatie te bevorderen.

De meeste universiteiten in Zuid-Afrika (inclusief de van oudsher Afrikaanse universiteiten en de zogenoemde universiteiten van technologie, de oude technikons) bieden vandaag de dag hun onderwijs overwegend in het Engels aan. Het onderwijs in het Afrikaans (en enkele andere talen zoals isiZulu) gebeurt hoofdzakelijk door middel van dubbelmedium en/of tolkdiensten en in enkele gevallen door parallelmedium.

Als al deze van oudsher Afrikaanse scholen en universiteiten op het hellend vlak van verengelsing wegglijden, wat zullen de implicaties zijn voor het Afrikaans als wetenschapstaal? Als het Afrikaans wegkwijnt of verdwijnt als academische taal, wat zal dan de toekomst zijn van de overgebleven Afrikaanse middelbare en lagere scholen? Als er geen Afrikaanse scholen en universiteiten zijn waar Afrikaanse onderwijzers opgeleid worden, wat zal er dan gebeuren met het Afrikaanse onderwijs op scholen?

Er is een grote behoefte aan scholen (lager en middelbaar) en universiteiten die het Afrikaans op een inclusieve en meertalige manier als hun primaire taal bezigen, want het Afrikaans is een meerrassige, niet discriminerende en inclusieve taal. Het Afrikaans is de huistaal en eerste taal van ongeveer 247.940 zwarten, 3.172.050 kleurlingen, 2.535.390 blanken en 19.720 Indiërs. Tegenstanders van het Afrikaans gebruiken dikwijls het argument dat het Afrikaans een buffer is, dat transformatie en toegang tot mogelijkheden tegenwerkt. Dat is een mythe. Engels en de verengelsing in Zuid-Afrika kunnen juist eerder geïdentifiseerd worden als de grootste “barrier to succes and access” want veel schoolkinderen en studenten hebben niet het Engels als moedertaal, maar talen als het Afrikaans, isiZulu, isiXhosa en Thivenda, wat het voor hen moeilijk maakt om goed in het Engels te presteren op alle schoolniveau’s. De achteruitgang van scholen met het Afrikaans als enkelmedium heeft ook niets te maken met transformatie. Afrikaanse scholen hebben een uitmuntende staat van dienst in dit verband en bevatten leerlingen uit meerdere rassengroepen.

In een moderne wereld en onderwijscontext is Engels belangrijk, maar eerder dan om het Afrikaans uit te zonderen en als slachtoffer te beschouwen, moet er gefocussed worden op meertaligheid en op de bewezen waarde van onderwijs in de moedertaal. Het Afrikaans heeft bijna 150 jaar gehad om te ontwikkelen tot een volwaardige academische en wetenschappelijke vaktaal, en is geholpen bij het institutioneren daarvan. De implicaties voor de overleving en ontwikkeling van andere inheemse talen – als het Afrikaans niet zou overleven – is dus zorgwekkend.

De huidige druk op het Afrikaans is een voorspraak voor eentaligheid en niet van meertaligheid. Inmenging met de status van het Afrikaans als officiële taal is niet alleen in strijd met de grondwet, maar het vertrapt daarnaast een kardinaal standpunt van democratie: een fundamentele erkenning van de diversiteit van mensen en wederzijds respect voor verschillende taalgemeenschappen.

Comments are closed.

error: Content is protected !!