Protea Boekhuis: literaire vertalingen in het Afrikaans
Julie 9, 2012
Van afgestofte FAK-liedjies tot marimba en Barok
Julie 30, 2012

Door Natasja le Roux

De Afrikaanse poëzie in duizend en enige gedichten
Een veelgehoorde term is dat vanaf het begin van de jaren ’90 de belangstelling in Zuid-Afrika en het Afrikaans weer ‘mocht’. Niet langer was slechts de poëzie van Elisabeth Eybers en Breyten Breytenbach bekend, ook andere dichters en schrijvers werden ontdekt. In 1999 werd Gerrit Komrij’s De Afrikaanse poëzie in duizend en enige gedichten gepubliceerd. In zijn literatuurgeschiedenis Altijd weer vogels die nesten beginnen noemt Hugo Brems deze bloemlezing ‘het hoogtepunt van de hernieuwde belangstelling.’(blz. 604).

In Nederland was de ontvangst van de bloemlezing overwegend positief; weer een dikke Komrij vol leuke, mooie, grappige en droevige rijmpjes, versjes en gedichten en dat alles in een ‘nieuwe’ taal.
Komrij geeft in het woord vooraf zijn werkwijze aan: “Dit is, op de rand van de eenentwintigste eeuw, de grootste bloemlezing die ooit uit de Afrikaanse poëzie werd gemaakt. Ik heb mezelf maar twee principes opgelegd. De eerste is dat er per dichter maximaal tien gedichten werden opgenomen. De tweede is dat ik, zonder één idee vooraf en ongehinderd door welke belangengroepen ook, alleen naar de poëzie wilde kijken. Naar de kwaliteit van de poëzie en naar wat poëzie met ons vermag.”
Komrij’s manier van selecteren ligt voor een groot deel ten grondslag aan de hevige kritiek die door Zuid-Afrikaanse literatoren geuit is op de bloemlezing; er ontstond een felle polemiek rondom de bundel.

Polemiek
De bloemlezing Die Afrikaanse poësie in ’n duisend en enkele gedigte werd door dezelfde uitgever tegelijk uitgegeven met de door André P. Brink herziene versie van Oppermans Groot Verseboek. De grootste kritiek op Komrij’s bloemlezing kwam van de literatoren die opgeleid zijn door Opperman en voor wie kwaliteit voorop staat, waaronder Lina Spies en John Kannemeyer.
Het meest gehoorde argument is dat belangrijke gedichten uit het canon ontbreken en er aan de andere kant juist gedichten opgenomen zijn die in de woorden van J.C. Kannemeyer “vandag hoogstens tot die domein van die literêre grap gereduseerd is.” (Zuid-Afrika, jan./febr. 2000).
Ook de term ‘neokolonialisme’ dook regelmatig op in het debat, met de vraag hoe wenselijk het was dat een Nederlander een bloemlezing van de Afrikaanse poëzie ging samenstellen, en dus de kwaliteit van Afrikaanse poëzie zou bepalen.
Ingrid Glorie wijst er in haar lezing tijdens het Seminarie Afrikaanse Letterkunde op 9 juni 2002 in Diepenbeek op, dat de verwachting van de bloemlezing in Nederland geheel anders was dan in Zuid-Afrika, waar de literatoren het eerdere werk van Komrij niet kenden en een gebalanceerde, bij de canon aansluitende bloemlezing verwachtten.

Reacties op Komrij’s overlijden
Het overlijden van Komrij was ook in Zuid-Afrika nieuws. In een telefonische reactie op het overlijden van Komrij zegt Lina Spies, dichteres en destijds als professor in Afrikaans/Nederlands nauw betrokken bij de polemiek: “De kritiek kwam van mensen die de bloemlezing niet vanuit het perspectief van de Nederlanders konden zien. Je kunt veel dingen zeggen over zijn bloemlezing, maar niemand heeft zo veel voor het Afrikaans gedaan in Nederland als hij.” Hiermee verwijst ze onder andere naar de aandacht die Komrij in zijn columns in het NRC besteedde aan Afrikaanse gedichten.

In dagblad Die Burger heeft Willem de Vries op 7 juli een aantal reacties op een rij gezet.
Professor Wium van Zyl van de Universiteit van West-Kaapland vindt het: “ontsettend jammer dat geen Suid-Afrikaanse universiteit vir hom ’n ere-doktorsgraad gegee het nie.”

Dichter Daniël Hugo, die een keuze uit Komrij’s poëzie vertaald heeft in de bundel Die elektries gelaaide hand, en die tijdens het verschijnen van Komrij’s bloemlezing openlijk het debat voerde ten gunste van Komrij’s keuzes, zegt in een reactie: “Die digkuns was vir hom die siel van ’n taal.” Ook meent hij dat Komrij het vertekende beeld dat de soms hooghartige Nederlanders van het Afrikaans hadden, heeft helpen rechtzetten; “Daarvoor kan ons hom nie genoeg dankbaar wees nie.”

Ondanks de verschillende criteria die worden gehandhaafd om de bloemlezing te beoordelen en de verschillende daarop volgende oordelen staat een ding staat vast: Komrij heeft het Afrikaans weer op de kaart gezet in Nederland en Vlaanderen, een gedenkwaardige verdienste.

Comments are closed.

error: Content is protected !!