In de boekenkast: Afrikaners; de lotgevallen van een volk op drift
September 26, 2012
Het Jongeren Project 2012
September 26, 2012

Door Eugene Brink, senior onderzoeker bij het N.P. van Wyk Louw Sentrum vir Kulturele Vryheid

Het op 13 augustus gehouden FAK-Taalberaad over het behoud van Afrikaans heeft uitgewezen hoe veelzijdig en complex de strijd om de overleving en bevordering van het Afrikaans is. Hoewel de sprekers geen wondermiddel boden voor het behoud van de taal, was er een algehele consensus dat de bestaande ruimtes uitgebreid en benut moeten worden en nieuwe gevestigd.

Professor Danie Goosen, voorzitter van de Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge (FAK), benadrukte de rol van gemeenschappen als dragers van een taal. Goosen voerde aan dat de positie van een taal rechtstreeks gekoppeld is aan de gezondheid van de gemeenschap. Een kleine taal kan niet overleven als de sprekers als onafhankelijke individuen functioneren. Een sterke gemeenschap intensifieert daarbij het gebruik van een taal door nauwere inter-persoonlijke communicatie in kranten, op de werkvloer, tijdens festivals en in sociale media.

Goosens betoog ging verder dan zijn pleidooi voor een actiever gemeenschapsleven. Hij is voorstander van een bredere, inclusieve benadering van gemeenschap waarbij hij tegelijkertijd de schakeringen van gemeenschappen binnen de grotere taalgemeenschap beklemtoont. Verschillende cultuurgemeenschappen worden onderlegd door helden, terugslagen, overwinningen en een gedeelde geschiedenis. Deze gedeelde betekenissen verbinden een gemeenschap en haar instellingen met elkaar. Hiermee erkent hij dat het Afrikaans door verschillende gemeenschappen op hun eigen manier gebruikt kan worden en in hun eigen ruimten, terwijl het eveneens een gemene deler is van verschillende Afrikaanse culturele gemeenschappen.

Dit is precies wat Anastacia de Vries, senior journalist bij de zondagskrant Rapport, in haar referaat benadrukte. “My Afrikaans is die somtotaal en draer van al die kulture en subkulture in my gemeenskap, en van al die verskillende variante, waaronder die gestandaardiseerde vorm, waarmee ek te doen kry.” Als journalist en spreker van het Kaaps Afrikaans heeft zij een aantal ontwikkelingen met betrekking tot het Afrikaans geïdentificeerd en inzichtgevende feiten gegeven over het gebruik van internet en sociale media. Met de gedrukte media (en dan vooral de Afrikaanse kranten) die onder druk staan en jongeren die in toenemende mate overgaan op de nieuwe media zal het internet niet alleen ten volle ontgonnen moeten worden om het Afrikaans een gesproken taal te laten zijn, maar ook om een loyale gemeenschap rondom de taal te genereren.

Professor Steve Cornelius, hoogleraar aan de rechtsfaculteit van de Universiteit Pretoria, heeft een aantal wetten uitgelicht die ten gunste van het Afrikaans kunnen worden ingezet. Hij benadrukte dat de grondwet voorziet in ruimte voor scholen waar één taal gebezigd wordt en dat deze ruimte uitgebreid moet worden.

Vervolgens heeft hij verwezen naar andere wetten, die plaats bieden aan het gebruik van het Afrikaans in de samenleving. Gegeven de economische waarde van het Afrikaans en de positie ervan als gevestigde handelstaal, pleit Cornelius ervoor dat de Afrikaanse gemeenschap erop aandringt dat ondernemingen het Afrikaans als taal naast het Engels gebruiken.

Ook de staat heeft wettelijk vastgelegde specifieke taalverplichtingen. Hoewel deze wetgeving geen absolute en ongekwalificeerde verplichtingen aan bestaande regerings- en privaatinstellingen ten gunste van het Afrikaans opleggen, zijn er duidelijk heel wat ruimtes die benut kunnen worden. ‘Kunnen’ is echter het operationele woord, omdat deze rechten grotendeels door een bepaalde gemeenschap opgeëist moet worden. Er moet worden aangedrongen op het Afrikaans, anders zullen de meesten van deze ruimten onbenut blijven.

Flip Buys, uitvoerend directeur van de Solidariteit Beweging, benadrukte in zijn betoog de waarde van opleidingen in het Afrikaans. Bij de oprichting van Sol-Tech, de praktijkopleiding van Solidariteit, was het de bedoeling om kwaliteitsonderwijs te leveren, niet om het Afrikaans te bevorderen. “Maar dit is al bewys dat gehalte-onderrig die beste in jou moedertaal geskied.”
Binnen de onderwijssector zijn er nog vele mogelijkheden om het Afrikaans te laten overleven. Akademia, de nieuwe lange afstandsonderwijsinstelling op tertiair niveau van Solidariteit, biedt reeds een aantal collegereeksen aan en breidt uit naarmate de vraag in bepaalde studierichtingen toeneemt. Ook een Afrikaanse universiteit, ‘Die Kampus’ zal in de komende paar jaar het licht zien. Deze feiten spreken voor zich. Terwijl de traditionele Afrikaanse onderwijsinstellingen zoals scholen, universiteiten, technologie universiteiten en colleges onder druk komen te staan om te transformeren en in dat proces Afrikaans af te schalen, laat dit proces leemtes open waarin plek is voor nieuwe initiatieven.

Al deze verhandelingen rondom individuele Afrikaanse ruimtes hebben geculmineerd in het pleidooi van Koos Malan, professor in de rechten aan de Universiteit Pretoria, voor een Afrikaanse stad. Een dergelijke stad biedt een metaruimte waarin de kleinere ruimten bij elkaar komen. In deze ruimte kan het Afrikaans als economische en arbeidstaal tot haar recht komen. Hoewel Malan niet ingegaan is op de conceptualisering van zo’n stad, biedt het stof tot nadenken voor degenen die in het Afrikaans willen leven in alle dimensies van een samenleving.

Ofschoon de hierboven besproken ruimten nog heel wat denkwerk vergen, bieden ze reeds een aantal ideeën aangaande de uitbreiding van het Afrikaans. Van kritisch belang is de onderlinge samenwerking tussen de leden van de Afrikaanse gemeenschap en het debat over de weg naar voren. Het taalberaad was daarom een belangrijke stap in de goede richting om het Afrikaans in al zijn contexten nieuwe stuwkracht te geven en nieuwe mogelijkheden te onderzoeken.

Comments are closed.

error: Content is protected !!