Wedloop tussen gematigd links en gematigd rechts – Analyse van de Nederlandse parlementsverkiezingen

OPROEP: hulpbron vir saaklike-formele Nederlands word ontwikkel
Oktober 10, 2012
Die Dameskring-beraad
Oktober 10, 2012

Door Lex de Jongh, jurist en MA Internationale Betrekkingen

Op 12 september 2012 mocht de Nederlandse bevolking voor de vierde keer in tien jaar naar de stembus om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen (gewoonlijk is dit elke vier jaar). De hoeveelheid verkiezingen zegt iets over de stabiliteit van de Nederlandse politiek. De laatste jaren is er een toenemende versplintering zichtbaar die ervoor zorgt dat de zetels minder geconcentreerd zijn en er dus meer partijen nodig zijn om een coalitie te vormen. Deze trend leek zich ook bij de huidige verkiezingen door te zullen zetten. Verder was de verwachting dat de verkiezingen zouden gaan over hervormingen en Europa. Lange tijd behaalden de partijen met de meest uitgesproken standpunten op deze thema’s de grootste winst in de peilingen.

Toch zijn de verkiezingen volledig anders verlopen dan bovengenoemde verwachtingen. Tegen de trend in zijn de zetels minder verspreid en meer geconcentreerd, waardoor een coalitie met drie, en zelfs twee, partijen weer mogelijk is. De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD, conservatief-liberaal, gematigd rechts) en de Partij van de Arbeid (sociaaldemocratisch, gematigd links) hebben met respectievelijk 41 en 38 zetels de grootste winst geboekt en beschikken samen, met 79 zetels, over een meerderheid in de Kamer.

De partijen die lange tijd op winst in de peilingen stonden omdat zij ten opzichte van Europa en hervormingen de meest uitgesproken standpunten hadden, de Socialistische Partij (SP, links populistisch), de Partij Voor de Vrijheid (PVV, rechts populistisch) en D66 (sociaal liberaal), haalden een veel kleinere winst (D66), geen winst (SP) of verloren zelfs een deel van hun zetels (PVV). Vooral de resultaten van de SP en de PVV zijn opvallend.
De SP was lang de grootste partij in de peilingen met als maximum 35 zetels, maar zag deze virtuele winst compleet verdampen en bleef uiteindelijk staan op hetzelfde aantal als in 2010, 15 zetels. De PVV moest zelfs negen van haar 24 zetels inleveren en kwam uit op 15. Voor deze verschuivingen zijn een aantal oorzaken aan te wijzen die hieronder worden besproken.

Gevolgen van de economische crisis in plaats van Europa en hervormingen
Anders dan werd verwacht speelden Europa (Eurocrisis, verlies soevereiniteit) en hervormingen (hypotheekrenteaftrek, staatspensioenouderdom omhoog) een minder belangrijke rol in de aanloop naar de verkiezingen. In de debatten draaide het veel meer om de gevolgen van de economische crisis voor Nederland en hoe de lasten verdeeld moeten worden. Ook ging het meer om de vraag hoe de gezondheidszorg en andere voorzieningen in de toekomst betaalbaar kunnen blijven.

Bij deze economische thema’s werd al snel de klassieke links-rechts tegenstelling zichtbaar. De oplossing op links bestond uit hogere belasting voor de hoge inkomens, eigen bijdrage in de zorg inkomensafhankelijk en minder bezuinigen, meer investeren om uit de crisis te komen. De oplossing op rechts was een hogere eigen bijdrage in de zorg en meer bezuinigen op overheidsuitgaven.

De twee duidelijke keuzeopties om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden, leidden gedurende de verkiezingstijd tot een wedloop tussen rechts en links. Meer en meer concentreerden de zetels zich op één enkele partij binnen deze blokken om te voorkomen dat de ander de grootste zou worden. De peilingen, die bijna dagelijks verschenen, droegen ook sterk bij aan dit effect.

Door de grote hoeveelheid peilingen werd de wedloop tussen links en rechts immers snel zichtbaar en werden mensen verleid strategisch te stemmen. Dit verklaart de grote concentratie bij twee partijen en het verklaart ook het verlies van de PVV. De PVV had immers Europa tot inzet van de verkiezingen gemaakt. Toen niet Europa, maar de aanpak van de economische crisis in Nederland het belangrijkste thema werd, verloor de PVV een belangrijk middel om zich te profileren. Hun belangrijkste stokpaardje, de immigratie en Islamisering, speelden überhaupt geen rol van betekenis tijdens deze verkiezingen. Daarnaast zullen ook de interne strubbelingen de partij parten hebben gespeeld.

PvdA en niet SP
Door haar sterke economische profiel en gebrek aan concurrentie op dat gebied, werd de VVD al snel de belangrijkste partij in het rechtse kamp. Aan de linkerzijde was het aanvankelijk minder duidelijk. Nog tot anderhalve week voor de verkiezingen was de SP de absolute koploper in het linkse kamp en ging zij gelijk op met de VVD.

Binnen een week nam de PvdA deze koppositie echter over. Dit kwam voornamelijk door de nieuwe leider van de PvdA, Diederik Samsom, die een duidelijke linkse koers inzette en veel indruk maakte tijdens televisiedebatten. De leider van de SP, Emile Roemer deed het juist minder in deze debatten en bovendien zagen veel mensen hem uiteindelijk niet zitten als potentiële minister-president. Ook zal bij veel linkse kiezers, voornamelijk jongeren, hebben meegespeeld dat de PvdA minder radicaal is en meer bereid is tot hervormingen.

Ook hier hebben de peilingen weer een belangrijke rol gespeeld. Toen de PvdA in de peilingen steeds groter werd ten koste van de SP heeft dit veel kiezers op het laatste moment doen besluiten om strategisch voor de PvdA te stemmen om te zorgen dat die partij groter zou worden dan de VVD en daarmee het voortouw kon nemen in de coalitievorming na de verkiezingen.

Conclusie en vooruitzichten
Door de economische thema’s draaiden de verkiezingen uit op een wedloop tussen gematigd rechts en gematigd links over wie de grootste zou worden. Door de vele peilingen, die deze wedloop zichtbaar maakten, vluchtten veel kiezers uit het midden (CDA) en uit de extreme flanken (SP en PVV) strategisch naar de PvdA of de VVD. Het gevolg hiervan is dat verdere versnippering van de Nederlandse politiek voorlopig een halt is toegeroepen en er voor het eerst sinds 1989 weer een mogelijkheid is voor een twee partijen coalitie.

Doordat er echter geen meerderheid is op links en niet op rechts worden PvdA en VVD gedwongen om samen te werken. De coalitiebesprekingen zijn momenteel (25 september) in volle gang en VVD en PvdA zijn vooralsnog optimistisch dat ze er samen uit komen. Het zou niet de eerste keer zijn, want tussen 1994 en 2002 regeerde deze combinatie (aangevuld met D66) Nederland, maar een samenwerking tussen links en rechts blijft voor veel kiezers wel een merkwaardige uitkomst van deze verkiezingen.

Comments are closed.

error: Content is protected !!