Groot Trek 175-jaar feesvieringe
November 28, 2012
Profiel: Andries Pretorius
Desember 9, 2012

INLEIDING

Eerst werd het Nederlands alleen hier, in de Lage Landen gesproken, maar via (koloniale) handelsroutes later ook in Suriname, de Nederlandse Antillen, Azië en de zuidpunt van Afrika. De Lage Landen zijn over het algemeen Nederlands gebleven, in Azië zijn slechts enkele woorden behouden en in Suriname en de Nederlandse Antillen is de taal blijven bestaan. In zuidelijk Afrika is de situatie anders. Daar heeft het Nederlands zich gedurende de afgelopen 360 jaar onder verschillende invloeden ontwikkeld tot een aparte taal, echter zonder de Nederlandse taalfamilie te verlaten.

Ongeveer 100 jaar geleden waren de taal- en cultuurbanden nog zeer sterk. Van de Kaap tot de evenaar werd Afrikaans gesproken. Het was in die tijd dat Zuid-Afrika als één land tot stand gekomen is, na het verliezen van een verwoestende oorlog tegen Groot-Brittannië in de strijd voor plaatselijke onafhankelijkheid van de republieken Transvaal en Oranje-Vrystaat. In deze tijd is het Afrikaans gestandaardiseerd en als officiële taal in gebruik genomen. Vanuit een Nederlands oogpunt was het Afrikaans een expat; een gewaardeerd maar ver familielid.

Tijdens het bewind van de Nationale Partij in Zuid-Afrika in de 20ste eeuw is de familiestatus van het Afrikaans in de Nederlandse taalfamilie verzwakt. De verhoudingen zijn dusdanig verslechterd dat er een culturele boycot is uitgeroepen tussen het Afrikaans en het Nederlands, wat de vervreemding verder versterkte.

Twintig jaar geleden zijn de oorzaken van de vervreemding uit de weg geruimd. Waar voorheen culturele vervreemding de boventoon voerde, is er in de afgelopen twintig jaar een prachtig cultureel herstel tot stand gekomen.

Daarom is de insluiting van het Afrikaans in het mandaat van de Taalunie en de daaropvolgende overeenkomst (intentieverklaring tot samenwerking) van de Taalunie met de Zuid-Afrikaanse regering vanuit alle hoeken verwelkomd. De culturele scheiding was gelukkig niet definitief, de banden kunnen weer worden opgenomen. De Nederlandse taalfamilie kan zes miljoen Afrikaanse mensen rijker worden! En, anders dan 100 jaar geleden, zijn de klanken van de Afrikaanse diaspora niet meer alleen van de Kaap tot de evenaar te horen, maar ook in Nederland, België, Londen, Australië, de VS, Duitsland en Korea, om maar gebieden met een hoge concentratie te noemen.

Ik ben zeer verheugd – namens de Solidariteit Beweging, onze geaffilieerde organisaties, leden en netwerken – dat dit herstelproces bezig is om te gebeuren. Het verschaft ons eveneens een groot genoegen om dezelfde sentimenten aan te treffen bij u, onze gastheren in Nederland. Dezelfde hartelijkheid en belangstelling hebben wij ook gevonden bij de Nederlandse ambassadeur in Zuid-Afrika, de heer André Haspels.

Dames en heren,

Ik wil vandaag drie zaken bespreken:

1. Macrotendensen en het Afrikaans
2. Strategieën voor het Afrikaans
3. Uitbreiding van de overeenkomst met de Nederlandse Taalunie

1A . MACROTENDENSEN EN HET AFRIKAANS
Waarom houden wij ons bezig met het Afrikaans? Het antwoord is eenvoudig: taal en belevenis gaan hand in hand. Een taal als het Afrikaans is verweven met hoe mensen de wereld beleven. Het biedt een thuiskomst, een gevoel van bekendheid. Om zonder het Afrikaans te leven is als om in een vreemd land te leven, om altijd vreemdeling te zijn. Het Afrikaans is een noodzakelijke voorwaarde om de vijf miljoen Afrikaanssprekenden in vooral Zuid-Afrika en Namibië geen vreemdelingen in de wereld te laten zijn, maar zinvolle medeburgers.

Dat sommige mensen schijnbaar makkelijker dan anderen afstand nemen van een taalverbintenis is enkel de uitzondering die de regel bevestigt: voor gezonde gemeenschappen in het algemeen zijn gezonde taalgemeenschappen in het bijzonder nodig. Ik heb reeds verwezen naar de Afrikaanse diaspora. De taalhandhaving bij deze diaspora is afhankelijk van een sterke taalbasis in Zuid-Afrika en Namibië.

Zuid-Afrika is het land met verreweg de meeste Afrikaanssprekenden. De gezondheid van de taalgemeenschap in Zuid-Afrika is dus een absolute noodzakelijkheid voor een gezonde en duurzame Afrikaanse taal.
Hoe gaat het met het Afrikaans in Zuid-Afrika?

De positie van het Afrikaans is de afgelopen twintig jaar dramatisch verzwakt, in de tijd dat er een bredere omwenteling heeft plaatsgevonden in het land. Dit is gebeurd als gevolg van een combinatie van factoren zoals officieel regeringsbeleid, officieuze verwaarlozing, onbedoelde gevolgen van bepaalde beleidsrichtingen, omgevingsverschijnselen zoals globalisering en de ondoeltreffende reactie van Afrikaanssprekenden op het gebied van taal.

We moeten in het achterhoofd houden dat Zuid-Afrika een gemeenschap van gemeenschappen is. Een van deze gemeenschappen, die niet tot Zuid-Afrika beperkt is, is de Afrikaanse taalgemeenschap. Ook het Afrikaans wordt door een veelheid van gemeenschappen gedeeld. De gezondheid van de gemeenschappen die het Afrikaans delen, is nauw verweven met de mate waarin het Afrikaans binnen het grotere Zuid-Afrika tot haar recht komt.

Het verzwakken van het Afrikaans heeft plaatsgevonden ondanks het insluiten van het Afrikaans bij de elf officiële talen van het land, ondanks de verzekering van de regering dat het geen beleid is om Afrikaans te benadelen, en ondanks de daadwerkelijke pogingen van Afrikaanssprekenden om de achteruitgang van onze taal te keren en om dit wat in decaden is opgebouwd te beschermen. Het is zo dat de positie van de meeste inheemse talen ook nog altijd zwak en zelfs zwakker is, maar de redenen hiervoor verschillen van het Afrikaans. De belangrijkste reden is dat de ANC-leiders uit deze taalgroepen het Engels prefereren boven hun eigen taal. Daartegenover heeft de overweldigende meerderheid van de sprekers van het Afrikaans zeer sterke gevoelens over onze taal, zonder het belang van Engels te miskennen.

De verbinding van Afrikaans aan apartheid maakt het moeilijker voor het Afrikaans. Een van de organisaties waaruit Solidariteit ontstaan is, was in de vorige bedeling een groot voorstander van apartheid en discriminatie op de werkplek. Hoewel we het verleden niet kunnen veranderen, kunnen we wel wat aan de toekomst doen. De nieuwe leiding heeft de organisatie daarom helemaal veranderd in een gerespecteerde christendemocratische organisatie die cultureel federalisme nastreeft.

Cultureel federalisme is niet slechts een concept op papier – en niet alleen iets wat in verschillende VN-verslagen ontwikkeld is – het is iets wat reeds in de praktijk van Zuid-Afrika gebeurt en wat geformaliseerd moet worden. Daarom wil de Solidariteit Beweging vandaag de dag met alle Zuid-Afrikanen samenwerken om aan de toekomst van het land te bouwen. Meer specifiek: binnen de Afrikaanse taalgemeenschap hebben onze gesprekken met de ATR juist de kracht aangetoond van het Afrikaans als een taal die door vele gemeenschappen gedeeld wordt.

De Solidariteit Beweging is een Zuid-Afrikaanse, Afrikaanse en Afrikaner beweging, omdat we geloven in meervoudige identiteiten die allemaal belangrijk zijn voor ons. Onze definitie van groepslidmaatschap is open, democratisch en inclusief. We hebben al tegen het ANC gezegd dat het ons de ruimte moet geven om 100% Afrikaans te zijn, dan zullen wij 100% Zuid-Afrikaans kunnen zijn. Anders voelen mensen zich niet thuis en komt hun loyaliteit tegenover het land en al zijn mensen onder druk te staan.

Het Afrikaans behoort niet aan een bepaalde groep mensen, het is de taal van iedereen die het spreekt. De meerderheid van de sprekers is niet blank, hoewel laatstgenoemde groep misschien meer activistisch is over zijn taal. Afrikaans is mijn adem – zoals de dichter Breyten Breytenbach gezegd heeft. Afrikaans is een taal met vele culturen, die allemaal hun eigen unieke bijdrage maken tot de taal.

Zuid-Afrika is een land met grote uitdagingen als armoede, werkeloosheid, ongelijkheid en een regering die ten beste wisselende successen behaalt. Daarom wil ik duidelijk stellen dat we als Afrikaanssprekenden geen voorkeursbehandeling voor ons of onze taal verwachten. We willen echter ook niet onrechtvaardig benadeeld worden en ook wij hebben het recht op een billijke waarde voor ons belastinggeld. Welwillende verwaarlozing is al beter dan actieve benadeling! Tegelijkertijd zijn we gekant tegen de onrechtvaardige bevoordeling van het Engels boven het Afrikaans en andere inheemse talen.

Met het oog op de in toenemende mate ook op het Nederlands betrekking hebbende globalisering, kan het voor de toekomst van het Nederlands gunstig zijn om te putten uit de lessen die geleerd worden uit de situatie van het Afrikaans. Helaas is informatie over de vordering van de uitvoering van de overeenkomst tussen de Taalunie en de Zuid-Afrikaanse regering vrij moeilijk beschikbaar. Als gevolg daarvan is het lastig om een oordeel te vormen over het succes daarvan. De vraag is echter of deze overeenkomst met de Zuid-Afrikaanse regering niet uitgebreid kan worden zodat het ook een grotere samenwerking tussen de Taalunie en Afrikaanse taalgemeenschapsorganisaties (NGO’s) insluit?

Van tweetalig via veeltalig naar eentalig
De meeste Afrikaanssprekenden hebben de nieuwe bedeling geestdriftig betreden, onder andere omdat het Afrikaans als een van de officiële talen grondwettelijke bescherming geniet, en de tussentijdse grondwet waarborgde dat het Afrikaans in de nieuwe bedeling niet slechter af zou zijn. Daarbij heeft de grondwet ook voorgeschreven dat er een nationale taalwet ingesteld moest worden om de grondwettelijke bescherming van de elf officiële talen in de praktijk ten uitvoer te brengen.

Voor 1994 was er een streng beleid van tweetaligheid, wat het Afrikaans als taal gevestigd heeft. De grondwettelijke overgang van tweetaligheid naar veeltaligheid, zonder dat het Afrikaans haar status zou verliezen, werd dus door iedereen verwelkomd. Helaas bleek al snel dat het optimisme van de Afrikaanssprekenden over de taal overhaastig was geweest. De bepaling dat het Afrikaans niet slechter af mag zijn, is bijvoorbeeld niet in de uiteindelijke grondwet opgenomen.

Er is een groeiende kloof ontstaan tussen de grondwettelijke theorie en de taalpraktijk, en de verbintenis van de regering tot veeltaligheid is een loze belofte gebleken. Het land is tegen het einde van de regeerperiode van Mandela snel in de richting van tweetaligheid gegaan.

De staatsdienst is zeer snel verengelst, en daarmee samen de staatstelevisie, openbare instellingen en de meeste van de voormalige Afrikaanse universiteiten, Technikons (middelbare technische beroepsopleidingen), technische colleges (hogere technische beroepsopleidingen) en vrijwel alle andere opleidingsinstellingen. Afrikaanse scholen zijn ook snel onder druk komen te staan, en talle Afrikaanse scholen zijn onder druk gezwicht en hebben hun voertaal veranderd. Van de 1.400 enkelmediumscholen waar Afrikaans de voertaal was in 1994, is slechts minder dan de helft over. Op de overblijvende scholen wordt grote druk uitgeoefend om leerlingen toe te laten die niet Afrikaanstalig zijn, en over te gaan op tweetalig onderwijs, het zogeheten parallelmedium, waarbij het Engels ook een van de voertalen wordt. De praktijk wijst echter al uit dat feitelijk al deze scholen hierna snel eentalig Engels worden.

De grondwettelijk beloofde Taalwet is pas in 2011 tot stand gekomen, nadat een Afrikaanssprekende een hofbevel gekregen heeft dat de grondwet nagekomen moest worden. Daarbij zijn vele kenners en een onafhankelijke internationale rechtskenner van mening dat de wet onvoldoende bescherming biedt aan de tien andere landstalen, het Engels uitgezonderd.

Het is natuurlijk niet alleen de keuze van de regering voor het Engels wat het tij heeft doen keren tegen de andere talen. Na 1994 is Zuid-Afrika deel geworden van een door het Engels overheerste geglobaliseerde wereld, wat de verengelsing van het land versneld heeft.

Ondernemingen hebben zich ook aangepast aan de nieuwe staatsideologie en de taal op de werkvloer en in de handel is daardoor verengelst. Daarmee gepaard gaand pasten maatschappelijke identiteiten gebaseerd op taal niet bij de ziening van het ANC wat betreft natiebouw en is het prijsgeven van taal de prijs van aanvaarding door de nieuwe staatselite geworden. Deze prijs is voor veel Afrikaanstaligen te hoog.

Het is een gegeven dat het Afrikaans vanaf 1994 de meeste van haar hogere functies verloren heeft. Zuid-Afrika is inderdaad verschoven van een officieel tweetalig land via een veeltalig naar een eentalig land.

Van grondwet tot NDR (National Democratic Revolution)
Het terugroepen van president Mbeki door het ANC en de verkiezing van Zuma als president luidden het begin in van een populistische regering. Al hoe duidelijker is gebleken dat de grondwet niet centraal staat in het denken van het ANC, maar dat de partij nog steeds verbonden is aan een “National Democratic Revolution”. Dit is uiteengezet in de historische beleidsdocumenten van het ANC, “Strategy and Tactics”, die herhaaldelijk bijgewerkt en aanvaard zijn bij beleidsconferenties van het ANC in 1997, 2002 en 2007. In 2012 is het aangevuld met nog een document ter bespreking: “The second transition: Building a National Democratic Society and the Balance of Forces in 2012”.

Deze beleidsdocumenten bevatten lovenswaardige doelwitten en idealen. Maar ze wijzen ook duidelijk uit dat het ANC zichzelf niet al een gewone politieke partij ziet die gebonden is aan gewone politieke regels, maar nog steeds als een nationale bevrijdingsbeweging die voortgaat met de revolutie door het implementeren van de NDR. Het leidt daarom tot bezorgdheid dat het ANC zichzelf niet gebonden acht aan de grondwet, maar dit enkel ziet als een tactische concessie die weer veranderd kan worden als de machtsbalans veranderd is ten gunste van het ANC.

Er bestaat een onverzoenbaar conflict tussen democratie en revolutie, wat waarschijnlijk de grootste reden is dat dit soort “democratic revolutions” nog nergens anders naar behoren gefunctioneerd hebben. Dat is precies waarom kenners van de grondwet zoals professor François Venter gewaarschuwd hebben dat het ANC concessies gedaan heeft om de macht te verkrijgen, en die macht nu gebruikt om zijn oorspronkelijke doelstellingen door te voeren.

Het sleutelwoord “Transformatie” somt de staatsideologie van het ANC goed op. Hoewel dit woord niet in de grondwet voorkomt, is het de strijdkreet waarmee het land omgevormd wordt naar Engels. In het kort komt het erop neer dat het ANC op basis van de cijfers uit grootschalige bevolkingsopnamen elke instelling, elke buurt en elke gemeenschap in Zuid-Afrika wil dwingen om de nationale rassendemografie te weerspiegelen. Het is voor u misschien moeilijk om te geloven, maar het ANC, de partij die eens voor een Zuid-Afrika streed waarin ras geen rol speelt, werkt aan een omvangrijke institutionalisering van ras in alle facetten van de samenleving. De werk- en loopbaan vooruitzichten van duizenden Afrikaanssprekenden, bruin en blank, worden hierdoor ernstig benadeeld. Van senior leden van het ANC zijn uitspraken opgetekend als dat er een “oververtegenwoordiging” van de bruine bevolking is in de West-Kaap en dat dit deel van de bevolking naar andere delen van het land moeten verhuizen om werk of promotie te krijgen, zodat de nationale rassendemografie overal op dezelfde manier weerspiegeld wordt. Buiten de morele bevraagtekening van zo’n ingenieurswezen in rassen, betekent het ook dat Afrikaanse instellingen in de praktijk onmogelijk worden. Het eindresultaat van deze strategie is reeds zichtbaar in het feit dat alle staatsinstellingen en openbare ondernemingen overwegend door het Engels overheerst worden. Door middel van wetgeving, praktijk codes en financiële maatregelen plaatst de regering druk op de privaatsector en gemeenschapsinstellingen om hetzelfde transformatiemodel te volgen. Deze strategie heeft reeds ernstige gevolgen gehad voor het Afrikaans.

Dit rasgebaseerde transformatiemodel heeft verengelsing van de staatsdienst en ingrijpende vermindering van Afrikaanse banen tot gevolg. Dit heeft geleid tot een wijdverspreide vervreemding van de nieuwe bedeling van blanke en ook vele bruine Afrikaanssprekenden. Naast geweld en misdaad is rasgebaseerde transformatie de belangrijkste reden voor emigratie van opgeleide mensen.

De wijdverspreide verzwakking van de staatsdienst, zoals bijvoorbeeld het feit dat 80% van de openbare scholen van het land disfunctioneel is, heeft ertoe geleid dat grote aantallen Afrikaanse scholen verengelst zijn, omdat ze overspoeld zijn door niet-Afrikaanstalige kinderen die goed onderwijs willen krijgen. Een van de grootste redenen voor de zwakke schoolprestaties van zwarte kinderen is juist de lage prioriteit die op dit moment gegeven wordt aan moedertaalonderwijs. De verengelsing van de meeste Afrikaanse universiteiten heeft de hogere functies van het Afrikaans een ernstige slag toegediend.

We geloven dat er grote redenen tot bezorgdheid bestaan omdat het ANC in plaats van zijn beleid binnen het raamwerk van de grondwet te vertolken, de grondwet binnen het raamwerk van het NDR-beleid vertolkt.

Taalverschuiving
Ook veel omgevingsfactoren spelen een rol in het bevorderen van het overgaan op Engelse eentaligheid in Zuid-Afrika. Het feit dat Engels in de meeste taalgemengde situaties in stedelijke gebieden de voertaal is geworden op het werk en in de omgang, heeft verdere functieverliezen van het Afrikaans tot gevolg gehad. De drastische vermindering van het Afrikaans op de staatstelevisie, de grootschaalse verandering van Afrikaanse plaatsnamen en de verengelsing van vrijwel alle voormalige Afrikaanse ondernemingen, heeft ertoe geleid dat grote delen van de leefwereld van de meeste Afrikaanssprekenden Engels is geworden. Daarom waarschuwen kenners voor het gevaar van taalverschuiving, waar Afrikaanssprekenden steeds meer functies van het Engels moeten gebruiken totdat ze binnen twee generaties volledig op het Engels zijn overgegaan. Zonder actieve taalhandhaving is taalverschuiving waarschijnlijk onvermijdelijk, omdat dit proces bijna onvermijdelijk is in meertalige landen en des te meer wanneer de regering eentaligheid ten gunste van Engels actief aanmoedigt. In een door het Engels gedreven geglobaliseerde wereld kan een kleine taal moeilijk alleen overleven en is het voor het voortbestaan van het Afrikaans noodzakelijk om sterke vrienden en vennoten in het buitenland te krijgen.

Welzijn van Afrikaanssprekenden
Het welzijn van een taal is normaal gesproken een aanduiding van het welzijn van haar sprekers. Gegeven het opleidingsprofiel van de groep, gaat het economisch goed met de meeste blanke Afrikaanssprekenden. Het is echter ook zo dat er nog geweldig veel armoede bestaat onder de bruine Afrikaanssprekenden en dat er een wezenlijke opkomst is van armoede onder Afrikaners. Rondom Pretoria alleen al zijn er bijvoorbeeld talloze kleine Afrikaner krottenwijken.

We vragen geen duur ontwikkelingsprogramma. De bekende schrijver Jared Diamond heeft gezegd dat een culturele herleving beter zal zijn dan ontwikkelingshulp: “Programs to reverse cultural disintegration would be far better than welfare programs, for minorities and for majority taxpayers alike. Similarly, those foreign countries now wracked by civil wars along linguistic lines would have found it cheaper to emulate countries based on partnerships between proud intact groups than to seek to crush minority languages and cultures.”

Ook bestaat het gevaar dat de geldige onderliggende belangen van Afrikaners en Afrikaanssprekenden bezig zijn om onherstelbare schade te lijden. Hier verwijs ik naar het recht om voort te bestaan als een te erkennen gemeenschap met cultureel erfgoed dat voor die gemeenschap van essentieel belang is, en daaruit voortspruitend:

 Het recht om de vrijheid te hebben om dit culturele erfgoed over te dragen op jongere geslachten door middel van instellingen die voor dat doel in stand worden gehouden (cultureel federalisme);

 Het recht op zelfbestuur over deze instellingen;

 Het recht tegen vernietiging van onszelf als gemeenschap door gedwongen inlijving bij de meerderheid.

Aan de andere, positieve, kant heeft de druk op het Afrikaans geleid tot een opbloei van Afrikaanse muziek, en heeft vandaag de dag vrijwel ieder dorp in het land een jaarlijks Afrikaans festival dat goed wordt bijgewoond.

 

1B. AFRIKAANSE REACTIE OP DEZE VERZWAKKING
Ontkenning en geruststelling
De eerste reactie op het afschalen van het Afrikaans was ontkenning. Mensen zagen het als deel van de omwenteling die plaatsvond in het hele land, maar meenden dat het Afrikaans wezenlijk veilig zou zijn. Ook werden ze door de Afrikaanse elite uit politieke, media, academische en zakelijke hoek gerustgesteld dat de onderliggende belangen van het Afrikaans en haar sprekers nog steeds gewaarborgd waren en dat het binnenkort beter zou gaan. Het feit dat Afrikaners geen institutionele macht meer bezaten, de grote verwarring die de machtsverschuiving met zich mee bracht, en de manier waarop omgegaan werd met het apartheidsverleden van de Afrikaner en de verbondenheid daarvan met het Afrikaans, heeft aanvankelijk geleid tot een verlamming onder Afrikaanssprekenden.

Veeltaligheid en verzoening
Tijdens de verzoenende Mandela-periode was de strategie meer gericht op de bevordering van meertaligheid dan op het Afrikaans. Helaas heeft het algemene gebrek aan belangstelling en ondersteuning voor hun eigen talen door de meeste sprekers van de Afrikatalen ertoe geleid dat deze strategie onsuccesvol is gebleken.

Regering van Nationale Eenheid en Inlijving
De nieuwe bedeling is in 1994 van start gegaan met een regering van nationale eenheid, met F.W. de Klerk als adjunct-president van het land. De combinatie Mandela-De Klerk heeft de Afrikaanssprekenden aanvankelijk gerustgesteld, maar de onbeholpenheid van de Nasionale Party en de toenemende vijandigheid van het ANC hebben de Afrikaners spoedig vervreemd en zij zijn op grote schaal overgelopen naar de Democratic Alliance (DA), de meer agressieve oppositie. De Nasionale Party (NP) is uiteindelijk verdwenen en de laatste leider is bij het ANC ingelijfd en als minister aangesteld.

Staatkundige dr. Bertus de Villiers, ooit een enthousiaste medearchitect van het nieuwe Zuid-Afrika, heeft de reden voor deze vervreemding van de Afrikaners treffend verwoord vanuit Australië: “De kloof tussen wat blanke mensen verwachtten om te gebeuren in het nieuwe Zuid-Afrika en dit wat er werkelijk gebeurd is, was eenvoudigweg te groot.” Een groot aantal blanken, waaronder een beduidend aantal Afrikaners, heeft sinds 1994 het land verlaten.

Contact met de regering en pogingen tot beïnvloeden
De Afrikaanse gemeenschap heeft doorlopend contact gehad met de regeringen van president Mandela en later Mbeki en Zuma om knelpunten zoals de positie van het Afrikaans en het Afrikaanse onderwijs te bespreken. Ten spijte van een hartelijke ontvangst, de goede sfeer van de vergaderingen en mooie beloften, is er nog niets concreets voorgekomen uit deze gesprekken.

Het ANC nodigt (vooral in verkiezingstijd) Afrikaanse organisaties uit tot gesprekvoering, maar dit heeft nog nooit tot concrete uitkomsten geleid. Het feit dat het ANC probeert om Afrikaanssprekenden te betrekken bij de werkzaamheden van de partij in plaats van bij de regering of de staat, versterkt het vermoeden dat het doel eerder is om minderheden te coöpteren dan om samen te werken.

Oppositie
Het Afrikaans kan niet rekenen op ondersteuning van een van de politieke partijen. Hoewel de DA als officiële oppositie het Afrikaans betrekkelijk goed gezind is, is het werven van stemmen onder de zwarte bevolking voor deze partij een veel grotere prioriteit dan het beschermen van taalrechten. Vanwege de werkelijkheid van politieke mededinging en de overheersende positie van het ANC, zal het voor een oppositiepartij ook niet per sé voordelig zijn om taalrechten te ondersteunen.

Grondwettelijke instellingen en grondwettelijke ruimten
De Zuid-Afrikaanse grondwet is wereldwijd geprezen voor de grondwettelijke instellingen die ingesteld zijn ter bescherming van democratie, mensenrechten en minderheden. De belangrijkste van deze instellingen zijn de Pan Zuid-Afrikaanse Taalraad (PANsat), de Commissie voor de bescherming van de Rechten van Personen die aan Godsdienst-, Taal- of Cultuurgroepen behoren (de Artikel 185-commissie) en de Mensenrechten Commissie (MRK). Nadat in het post-Mandela tijdperk duidelijk werd dat bovengenoemde methoden niet afdoende waren om het Afrikaans te beschermen, hebben Afrikaanssprekenden zich tot deze grondwettelijke instellingen gewend.

Helaas bleek al snel dat het ANC deze grondwettelijke instellingen gecoöpteerd of zelfs gekaapt heeft en de instellingen niet de macht hebben hun bevindingen af te dwingen of uit te voeren.

PANsat heeft tot doel om taalrechten te beschermen en bevorderen, en Afrikaanssprekenden hebben talle klachten ingediend en jarenlang geprobeerd om samen te werken met de commissie. In het begin heeft PANsat vele bevindingen gedaan ten gunste van het Afrikaans, die vervolgens volledig genegeerd zijn door de regering. De ondoeltreffendheid van PANsat wordt toegeschreven aan het feit dat de raad geen afdwingbare macht heeft, de regering de bevindingen niet serieus neemt, de praktijk van verengelsing het lichaam al overbodig heeft gemaakt, politieke bemoeienis, en dat de raad in de praktijk een verlengstuk is geworden van het taalbeleid van het ANC. PANsat is op dit moment een volkomen disfunctionele instelling.

Het opstarten van de Artikel 85-comissie is aanvankelijk door de regering vertraagd en de commissie is pas in 2002 ingesteld. Daarna is de commissie strategisch belijnd met het beleid van het ANC, en is het veel eerder het doel geworden om minderheden in te lijven dan om hun rechten te beschermen. Doordat het ANC later overgegaan is op de zogeheten kaderontplooiing –politiek gedienstige maar onbekwame personen worden in hoge posities aangesteld – is de commissie onder beheer van de partij gebracht wat er later in de praktijk op neer kwam dat de commissie door het ANC gecoöpteerd is. Dit heeft ertoe geleid dat de commissie geen nut meer heeft voor de bescherming van het Afrikaans, in zo’n mate dat de commissie zelfs standpunt inneemt tegen normale minderheidsbelangen. De commissie heeft bijvoorbeeld onlangs een Afrikaanse organisatie bekritiseerd die pleitte voor het Afrikaans als onderwijstaal.

Afrikaanse organisaties hebben door de jaren heen veel klachten ingediend over taalzaken bij de Mensenrechten Commissie, die vrijwel allemaal genegeerd zijn. De kaderontplooiing van het ANC is ook hier gebruikt om de grondwettelijke instelling te coöpteren en totaal ondoeltreffend te maken wat betreft taalzaken en minderheidsrechten. De commissarissen die nog onafhankelijk zijn, hebben onvoldoende invloed om een merkbaar verschil te maken voor het Afrikaans.
Hoewel de grondwet dus wel voorziening maakt voor instellingen om taalrechten te beschermen en te bevorderen, hebben de overweldigende politieke macht en de ideologie van het ANC ertoe geleid dat er in de praktijk niets van terecht gekomen is.

Het rechtssysteem
Het Zuid-Afrikaanse gerechtshof is de enige instelling die nog niet onder beheer van het ANC is, soms tot grote frustratie van de partij. In de praktijk is dit het enige open kanaal waarover minderheden nog beschikken om invloed te kunnen uitoefenen op regeringsbesluiten. Dat is dan ook de reden waarom Afrikaanse organisaties zich bijna wekelijks tot het hof wenden om hun rechtmatige belangen te behartigen.

Solidariteit en AfriForum zijn tot dusver betrekkelijk succesvol met hun rechtsacties, en konden erin slagen om belangrijke zaken te winnen in belang van het oppergezag van het recht. Deze strategie wordt vooral gebruikt om departementen van de regering die de grondwet en andere wetten overtreden te dwingen om met de burgerlijke gemeenschap te onderhandelen en schikkingen te treffen. Deze strategie leidt echter ook tot serieuze problemen:

 Politiek wordt verplaatst van het parlement naar het hof;

 Het wekt bij de ANC-regering agressie op tegen het rechtssysteem en de aanklagers;

 Het is geweldig duur voor de gemeenschap, terwijl de regering belastinggeld gebruikt;

 Individuele problemen worden ermee opgelost, maar het verandert de praktijk niet.

Er is bezorgdheid dat op den duur de politieke praktijk sterker zal zijn dan de grondwet. Verder bestaat er op brede schaal bezorgdheid dat het ANC zich wil bemoeien met de onafhankelijkheid van het hof. Er zijn al gevarentekens zoals scherpe kritiek door het ANC op hoven, uitspraken van de president en politiek gemotiveerde besluiten bij het aanstellen van hoofdrechter Mogoen Mogoeng door de leden van de Rechterlijke Dienstcommissie die de verkiezing geregeld heeft.

Samenwerking met de regering
Afrikanerorganisaties hebben al vele malen aangeboden om de regering bij te staan met knelpunten zoals het verval van de infrastructuur, disfunctionele openbare scholen en opleidingcentra. Het doel hiervan was om aan te tonen dat we niet alleen begaan zijn met onze eigen problemen, maar ook willen helpen om de armoede, werkeloosheid en ongelijkheid in het land te verbeteren. Er zijn hierover zelfs overeenkomsten gesloten met de regering en grote aankondigingen zijn gemaakt. In de praktijk heeft de regering deze overeenkomsten en voornemens nooit uitgevoerd.

Openbare mening
Hoewel de staatsomroep SABC stevig onder beheer van het ANC is, is de onafhankelijkheid van de gedrukte media een lichtpunt. Het is vooral bemoedigend dat de kranten van alle talen de door het ANC beoogde wetgeving om hen aan banden te leggen eenparig tegenstaan.
Afrikaanse gemeenschapsorganisaties kunnen daarom nog geregeld door middel van deze media reageren op knelpunten en steun werven voor hun standpunten onder het publiek. In het licht van de politieke overheersing door het ANC, zal het echter niet de werkelijkheid an sich veranderen.

Werven van buitenlandse steun
Er zijn al verschillende pogingen gedaan om in het buitenland steun te werven voor het Afrikaans, maar wegens de grote hulpbronnen die daarvoor nodig zijn was dit tot dusver nog niet succesvol. De grote steun die het ANC voorheen in het buitenland genoten heeft en het apartheidsverleden van de Afrikaners hebben tot nog toe ook een beperkende invloed gehad op deze pogingen.

Dit is onder andere waarom de insluiting van het Afrikaans in het mandaat van de Taalunie voor ons zo positief is: het betekent dat de oude verdelingen die aanknopingspunten bij elkaars talen verhoed hebben, uit de weg kunnen worden geruimd.

2. STRATEGIEËN VOOR HET AFRIKAANS
Al deze grotendeels onsuccesvolle strategieën voor erkenning en deelname hebben ertoe geleid dat veel Afrikaners de nieuwe bedeling zijn gaan beleven als democratisch buitengesloten (Charles Taylor) en structurele overheersing (Donald Horowitz). Voor ons gevoel hebben we stemrecht, maar geen stemkracht.

De grootschaalse emigratie van hoog opgeleide en goed geschoolde Afrikaners houdt een grote bedreiging in voor de toekomst van het land, voor Afrikaans en voor de toekomst van Afrikaanssprekenden. Wanneer mensen het idee krijgen dat hun onderliggende belangen niet meer veilig zijn, of dat ze tweederangsburgers zijn geworden in het eigen land, zullen ze eerder emigreren naar een land waar ze weer eersteklasburgers kunnen zijn. Dit bedreigt de gezondheid van de taalbasis die in Zuid-Afrika nodig is om een Afrikaanse diasporia in stand te houden.

De wereldberoemde Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama heeft na 1994 gezegd dat de grootste bedreiging voor Zuid-Afrika is dat de nieuwe regering beleidsrichtingen zal aannemen die tot een uittocht leiden van opgeleide blanken. Professor Lawrence Schlemmer, vooraanstaand socioloog in Zuid-Afrika, heeft ook gewaarschuwd dat het ANC zich door zijn overweldigende politieke macht niet mag laten verleiden om beleidsrichtingen aan te nemen die opgeleide minderheden zullen vervreemden. Als reden hiervoor hebben beide wetenschappers benadrukt dat het ANC deze opgeleide minderheden nodig heeft om de gedane beloften aan de massa’s na te komen. De huidige vlaag van opstanden door de zwarte bevolking komt er juist uit voort dat de staat en de economie niet kunnen voldoen aan de verwachtingen die de politiek geschapen heeft.

Het is dus absoluut noodzakelijk dat de bestaansvoorwaarden en omstandigheden geschapen moeten worden die nodig zijn om Afrikaners en alle Afrikaanssprekenden te laten voelen dat er een toekomst voor hen is in dit land. Hoewel bovengenoemde strategieën tot dusver onsuccesvol waren, is er een laatste strategie overgebleven die gevolgd kan worden, en dat is een strategie van zelf doen, van cultureel federalisme.

De Canadese taalsocioloog Jean Laponce meent dat het voor een minderheidstaal noodzakelijk is om een meerderheidsgebied te hebben, of om over zelfstandige instellingen te beschikken. Voor ons betekent dit dat er democratische ruimten en instellingen zoals scholen en universiteiten moeten bestaan waar Afrikaanssprekenden in de meerderheid zijn. Anders trekt een minderheidstaal altijd aan het kortste end.

De Solidariteit Beweging
Daarom heeft de Solidariteit Beweging besloten om een netwerk op te richten van zelf-doen instellingen waarmee we een toekomst willen bouwen waarin we ook blijvend vrij, veilig en welvarend kunnen zijn. Indien Zuid-Afrika ook zo’n blijvend tuiste voor Afrikaners wordt, zullen we een duurzame bijdrage kunnen maken tot de oplossing van de problemen van het land en al haar inwoners. Daarom maken we deel uit van de Afrikaanse Taalraad (ATR) om samen met andere Afrikaanssprekenden het Afrikaans te bevorderen, en zijn we aangesloten bij het Federale Netwerk van de FAK (Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge), om de bredere culturele belangen van de Afrikaners te kunnen bevorderen. Ons uitgangspunt is dat het voor het voortbestaan van het Afrikaans nodig is om niet alleen taalbelangen te beschermen, maar ook de belangen van Afrikaanssprekenden en hun bredere culturele, maatschappelijke, onderwijs gerelateerde, burgerlijke en arbeidsbelangen.

Het doel van deze samenwerking binnen de ATR en het Federale Netwerk is niet om ons tegen de regering te mobiliseren of om onszelf van onze landgenoten te isoleren, maar om in vennootschappen met elkaar samen te werken en contact te blijven maken met de regering over brandpunten die onze gemeenschap raken.

We hebben onder andere de enige Afrikaanse technische praktijkopleiding (Sol-Tech) in het land opgericht, evenals een Afrikaans studiefonds, omdat blanke jongeren bitter weinig terugkrijgen van de onderwijsbegroting van 20.000 miljoen Euro die betaald wordt van het belastinggeld van hun ouders. Sommige instellingen van de Solidariteit Beweging bevorderen het gebruik van Afrikaans in de media, terwijl onze organisatie AfriForum taal- en aanverwante rechten in de hoven verdedigt. Ook hebben we een privé universiteit opgericht, onder andere omdat er geen tertiair onderwijs in het Afrikaans meer beschikbaar is voor de meer dan een miljoen Afrikaanssprekenden in het gebied rondom Johannesburg. Al deze projecten worden betaald door maandelijkse bijdragen van gewone Afrikaanse mensen en door zakenprojecten die we begonnen zijn om de Afrikaanse koopkracht te mobiliseren.

Ook hebben we specifiek aandacht gegeven aan de behoefte aan een organisatie voor de communicatie vanuit Zuid-Afrika met de Lage Landen. De Stichting voor Afrikaans van de Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge (FAK) vervult deze rol voor de Solidariteit Beweging. Onze maandelijkse nieuwsbrieven houden het interculturele contact in stand en we werken nauw samen met verschillende cultuurorganisaties in Zuid-Afrika, Namibië, Nederland en Vlaanderen. Ook uitwisselingsprogramma’s zijn voor ons belangrijk en daarom ondersteunt de FAK/Stichting voor Afrikaans studiereizen tussen onze landen voor studenten, zoals het Jongeren Project.

ATR, FAK en Solidariteit
Er is reeds een goede samenwerking tussen de Solidariteit Beweging, de FAK en de ATR, maar dit moet verder worden uitgebreid naar structuren op basisniveau. Naast samenwerking op het gebied van taal staat Solidariteit op dit moment bijvoorbeeld in de West-Kaap een groep van de bruine bevolking bij met een rechtszaak over onredelijke toepassing van affirmative action – waarvolgens er een oververtegenwoordiging van de bruine bevolking in de West-Kaap is.

Afrikaans wereldwijd en internationalisering
Bijna 20% van de blanke Zuid-Afrikanen is al geëmigreerd, waarvan een groot deel hoog opgeleide Afrikaanssprekenden is. Deze mensen moeten gezien worden een bate voor het Afrikaans en er moeten pogingen aangewend worden om hun actieve steun te krijgen voor projecten om de toekomst van het Afrikaans te verzekeren.

Daarmee gepaard gaand kan het ANC ook niet worden toegestaan om te blijven voortborduren op de iconische status van Mandela, terwijl de partij momenteel slechts loze beloften doet over grondwettelijke zaken.

Speciale focus op onderwijs en de media
Moedertaalonderwijs is nog steeds een halszaak voor het welzijn van het Afrikaans en haar sprekers. Daarbij moet de Afrikaanse media speciale aandacht krijgen, omdat zij verspreiders kunnen zijn van het Afrikaans en omdat ze een Afrikaanse leefwereld in stand kunnen houden te midden van een Engelse omgeving.

Benutten van de positiviteit van de jeugd over het Afrikaans
Studies wijzen uit dat Afrikaanse studenten het onderwijs in het Afrikaans sterk ondersteunen. Aan de Universiteit Stellenbosch prefereert bijvoorbeeld 83% van de Afrikaanse studenten (bruin, blank en zwart) een voertaalbeleid dat hoofdzakelijk en consequent Afrikaans is. Hoewel er onder de bruine bevolking een ommezwaai is naar het Engels, ontvangt nog steeds 39% van de bruine scholieren onderwijs in het Afrikaans. Onder blanke Afrikaanssprekende jongeren (leeftijd van 16 tot 24 jaar) zijn de taaltrots en het taalbehoud sterker dan in de andere subgroepen.

Verhoudingen met de regering
Alhoewel de gesprekken met de regering en het ANC tot dusver zeer weinig hebben opgeleverd moet de gesprekvoering worden voortgezet, omdat er geen alternatief is voor onderhandeling.

Geschiedenis
Het ANC probeert om een eigen weergave te geven van de geschiedenis, die als de officiële weergave aanvaard moet worden door alle inwoners van het land. In dit proces worden de staatsmedia en de openbare scholen misbruikt voor propaganda. Er moet een evenwichtig beeld van de geschiedenis worden ontwikkeld om vervreemding tegen te gaan.

3. UITBREIDING VAN DE OVEREENKOMST MET DE NEDERLANDSE TAALUNIE
De Nederlandse Taalunie is krachtig zijn mandaat ook gericht op het welzijn van het Afrikaans en de verbondenheid tussen de Afrikaanse en Nederlandstalige wereld. Geeft u mij alstublieft de gelegenheid om stil te staan bij een mogelijkheid, die kan bijdragen aan het uitleven van dit mandaat. U zult merken dat deze mogelijkheid geen noemenswaardige geldelijke implicaties hoef in te houden.

Werkgroep Afrikaans
De Nederlandse Taalunie werkt met vier hoofdstructuren. De eerste drie, de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, het Comité van ministers en de Interparlementaire Commissie zijn beleidvormend. De vierde structuur, het Algemeen Secretariaat is uitvoerend. Het Algemeen Secretariaat maakt bij het uitvoeren van haar plichten zoals die door de beleidvormende structuren bepaald worden, gebruik van advies, kennis en expertise van werkgroepen. De werkgroepen verschaffen daarnaast, via het Algemeen Secretariaat, belangrijke inlichting aan de beleidvormende structuren, op grond waarvan zij hun besluiten nemen.

Het lijkt mij een zinvolle stap dat de Nederlandse Taalunie overweegt om, naast de bestaande werkgroepen over letteren, taalkunde en verschillende onderwijsaspecten, ook van een werkgroep Afrikaans gebruik te maken. Het voordeel van zo’n werkgroep is dat het wanneer nodig de Taalunie op dezelfde manier van relevante informatie en advies kan voorzien als de andere werkgroepen.

Mijn voorstel is dus dat de Nederlandse Taalunie een werkgroep Afrikaans opricht, die de functie zal vervullen van de “thinktank” van de Taalunie over het beleid rondom het Afrikaans (in cohesie met het Nederlands). De kerntaak van de werkgroep zal zijn om beleid te ontwikkelen aangaande de verspreiding van kennis over het Afrikaans in het Nederlandse taalgebeid en de verspreiding van kennis over het Nederlands in Zuid-Afrika, waarbij de synergie tussen de twee talen het uitgangspunt vormt.

Ik denk dat het voor de hand liggend is dat zo’n werkgroep samengesteld wordt uit deskundigen uit Nederland en Vlaanderen,aangevuld vanuit Zuid-Afrika met ten minste:

– Vertegenwoordigers van de FAK Stichting voor Afrikaans

– Vertegenwoordigers van de Afrikaanse Taal Raad (ATR)

Mogelijke agendapunten van deze werkgroep kunnen zijn:

1) Het bevorderen van culturele uitwisseling tussen burgerlijke organisaties in de Lage Landen, Zuid-Afrika en Namibië.

2) Evaluaties rondom de achtergrond van de gedachte van cultureel federalisme: gaat het goed met het Afrikaans binnen Zuid-Afrika als een gemeenschap binnen gemeenschappen?

3) De belangrijke verhouding met de Zuid-Afrikaanse regering: welke zaken verdienen de aandacht?

4. AFSLUITING
Het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties heeft al in 2004 een verslag gepubliceerd over culturele vrijheid, met daarin richtlijnen voor staten zoals Zuid-Afrika. In dit verslag bevindt de VN dat in een gewone democratie de grondwettelijke waarborgen van individuele rechten onvoldoende zijn. Het verslag stelt het rechtuit: “Als de geschiedenis van de twintigste eeuw iets nieuws heeft bewezen, dan is het wel dat pogingen om culturele groepen weg te wensen of te laten opgaan in de meerderheid, eerder de tegenovergestelde reactie van een levenskrachtige culturele herleving opleveren.” Het verslag sluit nauw aan bij filosofen zoals de Canadees Charles Taylor, die waarschuwen tegen de “democratische uitsluiting” van minderheden, waar de meerderheid de meerderheid van aantallen misbruikt om de onderliggende belangen van minderheden weg te stemmen, zoals bijvoorbeeld taal- of onderwijsrechten. De Amerikaanse politicoloog Timothy Sisk noemt dit als reden waarom minderheden een democratie niet beleven als vrijheid, maar als “structurele overheersing door de opponerende meerderheid.” Daarom waarschuwt het VN-verslag serieus tegen “culturele uitsluiting”, waar de instellingen, waarden en levenswijzen van de minderheid niet erkend en gerespecteerd worden, of waar de minderheid op grond van culturele identiteit gediscrimineerd wordt.

Ik heb u ook voorgesteld dat er binnen de bestaande structuur van de Taalunie waarschijnlijk ruimte is om een werkgroep Afrikaans op te richten. Mag deze hoorzitting bijdragen tot een praktische grondslag voor nauwere samenwerking tussen de Afrikaanse gemeenschappen en de Nederlandse Taalunie. Niet alleen vergroot het nauwere contact tussen het Afrikaans en Nederlandse de gezamenlijke taalfamilie, ook kan het vooral aan het Afrikaans een impuls geven voor levenskrachtigheid. Zoals Jared Diamond heeft gezegd: “Each language is the vehicle for a unique way of thinking, a unique literature, and a unique view of the world.”

Comments are closed.

error: Content is protected !!