Die aanspraak van lewende wesens – de nieuwste roman van Ingrid Winterbach

Profiel: Adv BJ Vorster
Maart 13, 2013
Groot Trek 175 jaar: achtergrond en actualiteit
Maart 19, 2013

Door dr. Hans Ester, universitair hoofddocent Algemene Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen – maart 2013

Recht op betrokkenheid: in haar nieuwste roman verkent Ingrid Winterbach de psyché van haar eenzame en geobsedeerde personages.
Die aanspraak van lewende wesens is de vreemde, intrigerende titel van Ingrid Winterbachs jongste roman. De titel wil zeggen dat alle levende wezens een beroep doen op het begripsvermogen en de deernis van degene die hen waarneemt. Niet ieder mens zal door de haar of hem omringende levende wezens worden aangesproken. Daarom bevat de titel ook een ethisch appel: zorg dat je geraakt wordt door de levende wezens die je ontmoet, van medemens tot hond, paling en sprinkhaan. Zij hebben recht op jouw betrokkenheid.

Angst en leegte
Dat deze oproep tot een probleemloos leven leidt, spreekt Winterbachs roman tegen. Het leven van de twee centrale personages is juist uitermate problematisch. Deze twee romanfiguren zijn Karl Hofmeyr en Maria Volschenk. Tussen hun levens bestaat duidelijk een zekere parallellie, maar van een werkelijke ontmoeting is geen sprake.

Karl Hofmeyr wordt door de hem onbekende Josias Brandt opgebeld in verband met de geestelijke toestand van zijn oudere broer Iggy. Volgens Josias Brandt is Iggy Hofmeyr een gevaar voor de andere leden van de door hem, Brandt, in Kaapstad gestichte spirituele gemeenschap. Karl besluit om vanuit Durban naar Kaapstad te rijden en zijn broer op te vangen. Onderweg doen zich allerlei hindernissen voor waardoor zijn reis dagen langer duurt dan de bedoeling was. Deze hindernissen zijn het gevolg van psychische drempels in Karl zelf. Hij lijdt aan smetvrees en ontleent zijn bestaanszekerheid aan de combinatie van de cijfers die hij waarneemt. Het getal van de dag en de nummers van de hotelkamer en andere objecten garanderen een ordening of zijn een bedreiging. Angst is de gezamenlijke noemer van al zijn teisteringen. Zijn broer bereikt hij tenslotte wel en toch ook weer niet. Iggy bevindt zich in een psychiatrische inrichting en wordt kunstmatig in slaap gehouden.  Karl keert terug naar Durban. Daar zal zijn leven opnieuw in het teken van zijn obsessieve passie voor heavy metal-muziek staan.

Maria Volschenk is net als Karl Hofmeyr alleenstaand na een ongelukkig verlopen huwelijksrelatie. Haar probleem ligt in de leegte die zij in haar innerlijk voelt. Haar ontbreekt een gevoelsrelatie met de mensen en de dingen in haar omgeving. Krampachtig probeert Maria om door middel van encyclopedische en systematische kennisverwerving  weer tot een binding met de levende wezens in haar omgeving te komen. Het levende wezen dat wel degelijk met succes een appel op haar doet, is haar zoon Benjy die in Kaapstad net als Iggy in de gemeenschap van Josias Brandt leeft en zich bedreigd voelt. Daarom besluit Maria om van Durban naar Kaapstad te rijden. De andere reden voor het bezoek aan de Kaap is de zoektocht naar de motieven van haar zus Sofie, die zelfmoord pleegde. In het kader van deze zoektocht bezoekt Maria Sofie’s minnaar – zonder resultaat. En de hulpactie voor Benjy blijkt onnodig of verzandt in miscommunicatie.

Typisch taalgebruik
Om psychische ontreddering in woorden weer te geven vereist een hoog niveau van schrijverschap. Ingrid Winterbach is in beschrijvingen van gestoorde waarnemingen, obsessies en bedreigingen van binnen uit een ware meester. Haar verteltalent uit zich ook in de rake zelftypering van romanpersonages door middel van hun specifieke spreektaal. Een aansprekend voorbeeld is het in een wonderlijke mengeling van Afrikaans en Engels gevoerde gesprek van Karl Hofmeyr met een man die hij in een café ontmoet, Stevie. Beiden blijken grote liefhebbers van heavy metal te zijn en overtroeven elkaar voortdurend met het noemen van de beste bands en concerten die de grootste verrukking op aarde verschaften. Je moet als verteller enorm veel kennis van zaken hebben om dit zo overtuigend te kunnen ensceneren. Een tweede voorbeeld is de taal van Benjy die enerzijds doorspekt is met suggestieve Engelse woorden en aan de andere kant op een vreselijk irritante manier nietszeggend is en in de lucht blijft hangen.

Losse eindjes
Boven alles hangt de bedreigende wolk van psychische gestoordheid. Zelfs de nuchterste benadering via zakelijke classificaties valt ten prooi aan de dreiging dat elke ordening sneuvelt door psychische wanorde. De brieven van Iggy aan Karl over de martelingen waaraan hij bij Josias Brandt was onderworpen, laten het ergste vrezen. De werkelijkheid is echter geen nachtmerrie op de manier van seksueel onderdrukkende leiders van religieuze sektes. De losse verteleindjes aan het slot zijn talrijker dan aan het begin. Helaas laat Ingrid Winterbach de lezer na al het indrukwekkende vuurwerk in de kou staan.

Ingrid Winterbach, Die aanspraak van lewende wesens. Human & Rousseau, Kaapstad, 355 blz., R 210.

Dit artikel is eerder in 2013 verschenen in het Maandblad Zuid-Afrika

Comments are closed.

error: Content is protected !!