Universiteit Stellenbosch: Afrikaansvriendelijk of Engelsvriendelijk?

Door Piet le Roux, raadslid Universiteit Stellenbosch en senior onderzoeker bij Solidariteit

Stellenbosch is een locus amoenus – een niet bestaande idyllische plek -, heeft een voormalig rector van een Nederlandse universiteit mij eens gezegd. Met zijn 28.000 studenten, waarvan driekwart bachelorstudenten, is de Universiteit Stellenbosch (US) een internationaal erkende universiteit. Maar onder rustige eikenlanen, daterend uit de laat 17de eeuw, vindt de afgelopen decade een intens debat plaats. Wat is de Universiteit Stellenbosch en waar gaat het naartoe?

In zijn meest eenvoudige beschrijving is de spanning een taaldebat: moet Stellenbosch een Engelse of een Afrikaanse universiteit zijn? In meer genuanceerde termen luidt de vraag of het een Engelsvriendelijke Afrikaanse universiteit, of een Afrikaansvriendelijke Engelse universiteit moet zijn. En in deze laatste zin verwijzen Engels en Afrikaans niet alleen naar taalgebruik, maar ook naar karakter.

Als de voertaalveranderingen van onderwijsmodules een aanduiding zijn, dan hebben voorstanders van een hoofdzakelijk Afrikaanse universiteit reden tot bezorgdheid. Sinds 2002 geldt voor de US een nieuw taalbeleid, dat voorziening maakt voor drie taalspecificaties. Volgens dit beleid kunnen modules aangeboden worden als A-optie (hoofdzakelijk Afrikaans), E-optie (hoofdzakelijk Engels), A&E-optie (parallelle stromen volledig in het Afrikaans en volledig in het Engels) of de T-optie (afwisselend gebruik van twee talen: Afrikaans en Engels). De T-optie zou slechts bij uitzondering worden gebruikt, met de veronderstelling dat studenten beide talen goed beheersen.

Net als in het verleden zou het studenten vrij staan om examens af te leggen in het Afrikaans of in het Engels en moeten docenten de vragen van studenten in de keuzetaal van de student beantwoorden.

Terwijl de US in 2004 nog ongeveer 73% van het bacheloronderwijs in het Afrikaans aanbood (de zogenoemde A-optie), is dit in 2010 gedaald naar 36,5%. Hier tegenover staat dat de blootstelling die de studenten aan de T-optie krijgen toegenomen is van 18% naar 45%. Wat eens een uitzondering moest zijn, is in de praktijk snel uitgegroeid tot de uitgangspositie. In sommige faculteiten was de verandering zelfs nog dramatischer: in de faculteiten Rechten, Theologie, Gezondheidswetenschappen en Letteren & Sociale Wetenschappen is de blootstelling van studenten aan de T-optie toegenomen naar bijna 90%.

Het probleem met de T-optie is dat het vanuit pedagogisch opzicht betwijfeld kan worden en het een schijn van gebalanceerde tweetaligheid creëert, wat in werkelijkheid leidt tot een verdringing van het Afrikaans. Niemand kan echter de werkelijke omvang van deze verdringing peilen, vanwege de bijna onmogelijkheid om de T-optie te monitoren: wie gaat gedurende het hele jaar met een stopwatch in de colleges zitten en bepalen of docenten zich aan de 50% Afrikaans houden?

Naast deze en andere problemen die te maken hebben met het verdringen van het Afrikaans als voertaal, loopt de US met het afschalen van Afrikaans het gevaar om zijn mededingende voordeel prijs te geven: zijn Afrikaanse karakter. Zullen studenten voortgaan om van heinde en verre naar de US te komen – en onderweg voorbij andere universiteiten te rijden – als de US geen Afrikaans karakter en taalaanbod meer heeft?

In 2007 bevond professor Lawrence Schlemmer in een onderzoek in opdracht van de Universiteitsraad dat “de overgrote meerderheid onder Afrikaanssprekende studenten, alsook ongeveer 45% van de Engelssprekenden, niet het huidige Afrikaanse karakter en de taalidentiteit van de universiteit wil prijsgeven. Elk beleid dat risico’s van een verzwakking van dit karakter inhoudt zal derhalve met verloop van tijd een bron van conflict kunnen worden”.

Waarom dan deze verandering naar meer Engels en minder Afrikaans als het zoveel risico inhoudt? Redenen die hiervoor worden aangevoerd wisselen, maar twee bijzondere interpretaties van ‘inclusief’ en ‘divers’ willen zijn vallen vooral op.

Gezien vanuit een interpretatie van ‘inclusief zijn’ is het verkeerd om in het “nieuwe Zuid-Afrika” een hoofdzakelijk Afrikaanse universiteit te hebben: dat sluit niet-Afrikaanssprekenden uit. Soms wordt een hoofdzakelijk Afrikaanse universiteit zelfs beschreven als zijnde ongrondwettelijk. De onderliggende aanname is dat een universiteit eigenlijk een verlengstuk van de staat en de regering is, meer dan een gemeenschapsinstelling. Extreme vormen van dit denken sluit het idee in dat de universiteit de rassensamenstelling van het land moet weerspiegelen – ongeveer 79,3 % “zwart”; 9,3% “wit”; 8,8% “bruin”; en 2,5% “Indiër”. Om dit te bereiken, moet Engels de hoofdvoertaal worden.

In het diversiteitargument is er bezorgdheid over culturele inteelt: als Stellenbosch hoofdzakelijk Afrikaans is, verliest het de creatieve impulsen die culturele diversiteit met zich meebrengt. De werkelijkheid van Engels als een internationale academische taal wordt in dit argument verheven tot de reden waarom Bacheloronderwijs toenemend Engels moet worden – anders zal interculturele verrijking schipbreuk leiden. In dit “diversiteits”-denken wordt er vanuit gegaan dat taal en cultuur makkelijk te scheiden zijn – taal is zo beschouwd slechts functioneel; en verschillende culturen vinden net zo goed in het Engels uitdrukking als in een andere taal. Dat culturele diversiteit onder het mom van de bevordering van culturele diversiteit hierdoor juist ondermijnd wordt, is een verloren ironie voor hen die het diversiteitargument aanhangen.

In 2016 zal het 150 jaar geleden zijn dat het Stellenbosch Gymnasium werd opgericht, de voorloper van de huidige Universiteit Stellenbosch. Bij bestudering van de geschiedenis van deze universiteit valt de ontegenzeggelijke, positieve invloed van het Engels op Stellenbosch op. Nooit was de Universiteit Stellenbosch alleen Afrikaans, maar toch altijd wél Afrikaans in zijn uitgangspunt en streven.

Zal de universiteit na deze mijlpaal van 150 jaar nog een Engelsverwelkomende, Afrikaans karakter en Afrikaanse taalidentiteit hebben? Dat is onzeker, want de beweging naar een Afrikaansvriendelijke, maar in wezen Engelse universiteit in helaas sterk.