Hervormingen en Europa: voor of tegen? De actuele politieke stand van zaken in Nederland

Door Lex de Jongh, jurist en MA student Internationale Betrekkingen

De val van het kabinet-Rutte

Op zaterdag 21 april 2012 viel het kabinet-Rutte waarmee een einde is gekomen aan een voor Nederland unieke gedoogconstructie die anderhalf jaar heeft geduurd. Het minderheidskabinet Rutte bestond uit de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD, beschouwd als conservatief-liberaal) en het Christendemocratisch Appèl (CDA) die hun afspraken hadden vastgelegd in een regeerakkoord. Om het kabinet in bepaalde gevallen een meerderheidsgarantie te geven werd met de Partij voor de Vrijheid (PVV, beschouwd als rechts populistisch) van Geert Wilders een gedoogakkoord gesloten. Vanwege de aanhoudende financiële crisis bleek begin maart 2012 dat de overeengekomen bezuinigingen niet toereikend zouden zijn en dat aanvullende maatregelen noodzakelijk waren. Een belangrijke rol hierbij speelde het vanuit de Europese Unie opgelegde begrotingsdiscipline dat bepaalt dat het begrotingstekort van een lidstaat niet meer mag bedragen dan 3% van het bruto nationaal product (BNP).

Na anderhalve maand onderhandelen bleken de regeringspartijen er met Wilders niet uit te komen. Weliswaar was er een pakket met maatregelen samengesteld maar hiermee ging Wilders op het laatste moment niet akkoord. De PVV-leider voerde hiervoor twee argumenten aan. Ten eerste wilde hij niet akkoord gaan met maatregelen waardoor AOW-ers (mensen met een staatspensioen) er in koopkracht op achteruit zouden gaan. Verder vond hij dat Nederland zich niet moest blindstaren op de 3% norm omdat de Europese Unie dit perse wilde. Nederland moet zich niet de wet laten voorschrijven door Brussel is het credo van de PVV en Wilders wil dit tot inzet van de volgende verkiezingen op 12 september maken.

Het Kundunzakkoord (Lenteakkoord)

In tegenstelling tot de PVV waren de meeste partijen in de Tweede Kamer het met regeringspartijen VVD en CDA eens dat het wel noodzakelijk was aan de 3% eis te voldoen. Als een land als Nederland, dat samen met Duitsland binnen de Europese Unie de financiën het best op orde heeft en zelf strenge naleving van de norm benadrukt heeft, niet aan de 3% voldoet, zou dit voor grote onrust op de financiële markten kunnen zorgen. In slechts drie dagen tijd slaagde het kabinet erin met drie andere partijen een begrotingsakkoord te sluiten het tekort terugbracht naar 3%. De partijen hebben aangegeven dat ze vanwege het landsbelang over de eigen partijpolitieke schaduw heen zijn gesprongen.
Dit akkoord, dat later door het kabinet ‘Lenteakkoord’ genoemd zou worden, kwam al snel bekend te staan als het ‘Kunduzakkoord’ omdat dezelfde vijf partijen eerder voor de Nederlandse missie naar Kunduz in Afghanistan hadden gestemd. Buiten de regeringspartijen gaat het om de partijen D66 (sociaal liberaal), GroenLinks (progressief links) en de ChristenUnie (gematigd orthodox christelijk). Over het algemeen zijn dit partijen die links van het midden zijn te plaatsen. Om te voldoen aan de 3% norm is in het akkoord een aantal hervormingen, bezuinigingen en lastenverzwaringen opgenomen. De PVV en de Socialistische Partij (SP, uiterst links en sociaal conservatief) zijn fel tegen het akkoord en ook niet betrokken bij de onderhandelingen. Beide partijen staan argwanend ten opzichte van de Europese Unie. Voor de SP speelt ook mee dat zij vinden dat in tijden van crisis door de overheid niet teveel bezuinigd, maar juist extra geïnvesteerd moet worden. Het oplopen van het begrotingstekort moet dan tijdelijk voor lief worden genomen. Dit laatste punt, dat in Europa bijvoorbeeld ook wordt verkondigd door de nieuwe Franse president Hollande, vindt men in Nederland ook terug bij de Partij van de Arbeid (PvdA, sociaaldemocratisch). Zij waren wel betrokken bij de onderhandelingen maar de nieuwe leider Diederik Samsom heeft er uiteindelijk voor gekozen het gesloten akkoord niet te ondertekenen. De andere partijen vonden dat de PvdA als brede middenpartij op zo’n cruciaal moment ook aan het landsbelang had moeten denken. Ook zijn eigen partij was niet tevreden met de keuze. Zij vindt dat de PvdA nu met lege handen staat, terwijl men anders het akkoord misschien meer naar de eigen hand had kunnen zetten.

Wat betekent de val van het kabinet en het Kunduzakkoord voor de partijen?

CDA, VVD en PVV
Laten we daarbij eerst kijken naar de regeringspartijen en hun voormalige gedoogpartner. Het christendemocratische CDA stond altijd in het centrum van de macht maar werd bij de vorige verkiezingen in 2010 gehalveerd tot 21 zetels. De samenwerking met de controversiële PVV van Geert Wilders heeft het CDA ook geen goed gedaan. De partij raakte verdeeld en nu het kabinet gevallen is, wordt de samenwerking met de PVV gezien als een pijnlijke vergissing. Het CDA zakte naar iets boven de tien zetels, maar in de laatste peilingen lijkt de partij weer iets op te krabbelen. De verkiezing van een nieuwe lijsttrekker en de media-aandacht die dat opleverde hebben de partij goed gedaan. Toch ziet het er voorlopig nog niet naar uit dat de partij het schamele zetelaantal uit 2010 kan evenaren, laat staan overtreffen.

De VVD is na de val van het kabinet en vooral door het Kunduzakkoord gezakt in de peilingen naar 25 zetels (momenteel 31). Veel van deze kiezers lijken over te lopen naar de PVV omdat zij vinden dat de VVD met het Kunduzakkoord een te ‘links’ akkoord heeft gesloten en teveel de oren naar Europa laat hangen.
De PVV leek aanvankelijk de rekening voor het verbreken van de onderhandelingen en de val van het kabinet gepresenteerd te krijgen. Bovendien was er gerommel in de eigen partij. Veel analisten hadden verwacht dat de PVV hierdoor in elkaar zou storten, zoals in het verleden met andere populistische partijen ook is gebeurd. Dit was echter niet het geval.
De financiële crisis in Europa wordt erger en de onzekerheid over landen als Griekenland en Spanje neemt steeds verder toe. Als uitgesproken anti-Europa partij is dit in het voordeel van de PVV. Hun strategie om de macht van Europa tot hoofdonderwerp van de verkiezingen te maken slaat steeds meer aan en de PVV wint weer zetels in de peilingen. Momenteel staan ze op 24, waarmee ze het huidige aantal zouden evenaren.

Oppositie: SP, PvdA, Groenlinks, D66 en ChristenUnie
Ook de SP is een uitgesproken Euro sceptische partij en profiteert van de onzekerheid en woede over de onbeheersbare Eurocrisis. Daarnaast beschikken zij over een partijleider, Emile Roemer, die bij vriend en vijand respect en bewondering oogst. De SP heeft zich ontwikkeld tot belangrijkste oppositiepartij en staat al maanden op flinke winst in de peilingen. Momenteel zouden zij hun huidige zetelaantal verdubbelen naar 30 zetels waarmee ze tevens de grootste partij van Nederland zouden zijn. De SP, die altijd een typische protestpartij is geweest en nog nooit in de regering heeft gezeten, verkondigt nu nadrukkelijk regeringsverantwoordelijkheid te willen dragen.
De PvdA is het belangrijkste slachtoffer van de winst van de SP. Het grootste probleem van de PvdA is hun onduidelijke profiel. De echt linkse, sociaal conservatieve kiezer gaat naar de SP, terwijl de links progressieve kiezer eerder kiest voor D66. Partijleider Diederik Samsom probeert vooral zijn kiezers bij de SP terug te halen, maar staat vooralsnog op groot verlies in de peilingen.
Ook GroenLinks heeft last van een onduidelijk profiel. De partijtop is minder radicaal dan de gemiddelde GroenLinks kiezer en wil laten zien verantwoordelijkheid te kunnen nemen. De GroenLinks kiezer is niet blij met het ondersteunen van de Kunduzmissie en het Kunduzakkoord en de partij staat al weken op verlies. Ook de slecht georganiseerde lijsttrekkerverkiezing heeft hieraan bijgedragen.

De enige niet anti-Europa partij die het goed doet is D66. Zij staan al maanden op winst in de peilingen. Dit komt door hun effectieve oppositie tegen het kabinet en vooral omdat zij de motor achter het Kunduzakkoord waren. D66 stelt zich op als de partij die de bezuinigingen wil gebruiken om noodzakelijke hervormingen door te voeren. Veel progressieve linkse kiezers lopen daarom over naar D66.
De ChristenUnie staat op lichte winst in de peilingen. Dit komt voornamelijk omdat ze een verantwoordelijke en betrouwbare indruk hebben gemaakt met hun bijdrage aan het Kunduzakkoord. Vermoedelijk is hun winst ook afkomstig van ontevreden christelijke CDA stemmers.

Vooruitzichten en conclusie

De grootste uitdaging bij de volgende verkiezingen op 12 september zal het vormen van een coalitie zijn. De Nederlandse politiek merkt al langer de gevolgen van een zwevend electoraat waardoor de zetels steeds meer verspreid worden over de partijen. De drie belangrijkste hoofdstroompartijen, PvdA, CDA en VVD, die in het verleden altijd de basisingrediënten voor een coalitie vormden, zijn dusdanig gemarginaliseerd dat ze zelfs samen geen meerderheid meer zouden halen. Door de versplintering van het politieke landschap zijn er momenteel zes partijen met tussen de 15 en 30 zetels. Dit maakt het vormen van een stabiele coalitie zeer moeilijk. Om aan een meerderheid te komen zal immers een coalitie moeten worden gevormd met vijf of misschien wel meer partijen, terwijl in het recente verleden twee of drie de norm was. Deze partijen zullen meer verspreid zijn over het politieke spectrum waardoor compromissen moeilijk te sluiten of oppervlakkig zijn. Bij de vorige verkiezingen was dit probleem ook al zichtbaar en daardoor duurde de vorming van een kabinet bijzonder lang (127 dagen). Deze negatieve trend zet zich alleen maar door. Op basis van de huidige peilingen haalt geen enkele coalitie een meerderheid. Ook de partijen die het Kunduzakkoord hebben gesloten komen momenteel niet verder dan 68 zetels (meerderheid is 76 zetels).
Buiten versplintering is er in de Nederlandse politiek momenteel ook sprake van radicalisering. De komende verkiezingen gaan draaien om Europa en hervormingen. De partijen met de meest uitgesproken standpunten over deze onderwerpen staan op winst in de peilingen. Opvallend is dat de tegenstanders van Europese samenwerking en hervormingen in de meerderheid zijn. De SP en PVV staan samen op ongeveer 54 zetels terwijl D66 goed is voor ‘slechts’ 16 zetels. De verwachting is dat ook de gematigde partijen zich scherper gaan profileren op deze thema’s om kiezers terug te winnen.
Het beloven spannende verkiezingen te worden, maar de grootste opgave komt na 12 september. Dan dreigt politieke instabiliteit terwijl de omstandigheden in Europa om een kordate aanpak vragen.